Datum

zondag,5-september-2010
19:34:10
Geschiedenis

Daar staat hij dan,
de huidige Saarlooswolfhond, vooral door kinderen direct als (wolf) herkend, een krachtige, harmonisch gebouwde hond, ruim 70 cm hoog, teven een vijftal centimeters kleiner, met zijn ranke benen, in kleur variërend van wolfsgrauw en bosbruin tot bijna wit. Zijn gangen verraden de wolf in hem. Meer nog zijn z’n eigenschappen typisch (des wolfs): een oplettende voorzichtige hond, zeer aanhankelijk tegenover zijn roedel het gezin waarbinnen hij leeft, gereserveerd tegenover vreemden en hem onbekende omstandigheden. Zijn karakter moet men aan- en meevoelen in zijn onafhankelijke, tot eigenzinnigheid neigende streven. De wolf in hem maakt de Saarlooswolfhond vrijwel ongeschikt als werkhond. Bij werkhonden moet de wil tot aanvallen -door de mens gesublimeerd in door hem wenselijk geachte vormen- aanwezig zijn. Welnu, deze wil tot aanvallen bezit de Saarlooswolfhond niet: de door de wolf ingebrachte vluchtdrift heeft de aanvalsdrift verdrongen. Natuurlijk is hem door training als bij elke andere hond veel te leren, maar zaken waarbij op de een of andere wijze moet worden aangevallen, laat zijn karakter niet toe. Zo kunnen we pakwerk vergeten. Ook als waakhond deugt hij niet, want blaffen doet hij niet - al kan hij het wel. Zelfs de meest recente schrifturen over dit ras vermelden nog altijd dat de Saarlooswolfhond geschikt is als blindengeleidehond. In het verleden, toen alles wat langzamer ging, toen de verkeersintensiteit nog niet was zoals nu, hebben inderdaad een aantal daartoe geselecteerde Saarlooswolfhonden dit werk gedaan tot zegen van hun blinde meesters, maar wij stellen hiertegenover dat dit ras om zijn vluchtdrift hiertoe niet geëigend kan zijn. Graag zouden we anders melden, maar de waarheid staat ons dat niet toe: de Saarlooswolfhond als blindengeleidehond is geschiedenis!

Het Roodkapje-syndroom

Als eigenaar van een Saarlooswolfhond heb je veel bekijks. Mensen zijn heel nieuwsgierig maar deinzen dikwijls terug. En hun vragen gaan vaak in de richting van agressief, kwaadaardig of zelfs vals. Mensen onthouden blijkbaar alleen de lettergreep wolf van de naam, en sprookjes, fabels en tekenfilms hebben hun dodelijke werk gedaan: de gemenerik van een lsegrim is nog altijd levend. Helaas maar al te vaak ketst een warm pleidooi voor de wolf af op ongeloof. (Men weet wel beter.)

Anderen beseffen gelukkig snel dat ze voor zich een hond met wolvenbloed hebben. Onvermijdelijk is men dan geïnteresseerd in hoeveel wolf er in het ras zit. Gemakshalve luidt dan het antwoord: 35 pro-cent. Dat is natuurlijk genetische kolder. Willen we dieper ingaan op de verschillen met de gewone hond, dan spreken wij over de graduele verschillen, beslist niet absoluut te noemen, in het karakter. Zijn emotionaliteit, zijn hartstocht, zijn sterke wil, zijn sociale instelling, passeren de revue.

 

Een gewone hond?

Duidelijk zal zijn dat de Saarlooswolfhond een huishond is en dat elke vergelijking met de wolf onzin is. Wel is het een hond waarin erfelijke factoren uit de wolf bewaard zijn gebleven en in stand worden gehouden. Eigenschappen, die hem onderscheiden van de gemiddelde huishond, omdat de laatste die oorspronkelijke eigenschappen door degeneratie mist. Typisch in dit verband is het biologische verschil dat de teven van dit ras vertonen in vergelijking tot hun sekse-genoten van andere rassen: doorgaans zijn ze slechts één keer per jaar loops, weliswaar niet seizoengebonden -een concessie aan de huishond? Omgekeerd maken dezelfde natuurlijke eigenschappen de Saarlooswolfhond ongeschikt voor sommige mensen. Zijn sterke wil, die een consequent optreden vereist -dat hebt u meer gehoord! vergt veel geduld en vooral liefde om hem goed gedrag en gehoorzaamheid bij te brengen. Nimmer zal hij slaafs gehoorzamen. Hij is dus, algemeen genomen, niet geschikt voor africhting.

Een enkel individu brengt het soms ver, mits zijn trainer-eigenaar al werkend met de specifieke (on)mogelijkheden van het dier rekening blijft houden. Eén van de moeilijkheden is de ingebakken vlucht-drift. Die doet hem wel onraad melden door alert gedrag, maar ook terugwijken. De hond vertrouwd dan verder op zijn alfa, de krachtige baas van zijn roedel. Zijn eigenaar dus. Wat deze accepteert, aanvaardt ook hij. Als lagere in rang legt hij zich erbij neer dat zijn baas gasten welkom heet. Vaak zich terugtrekkend en de gebeurtenissen laten gaan voor wat ze zijn, zich weer vertonend als alles voorbij is.

Dat roedel-rangorde-instinct is opvallend waar grotere groepen wolfhonden bijeen raken. Na de blije, snelle herkenning, een grauw hier, een snauw daar, dient zich snel een leider aan, wiens imponerende staartdracht dikwijls voldoende is om zijn leiderschap te bevestigen. Verder treedt de groep als eenheid op, zich verlustigend in het spel van jagen en gejaagd worden, afkerig van rasvreemde individuen, die slechts getolereerd worden. Roedel betekent echter meer: de Saarlooswolfhond verdraagt als huishond slecht het alleen-zijn. Een kennel is dus uitgesloten. Dat verbreekt immers de roedelband, leidt tot asocialisatie, tot paniek. Niet opsluiten dus, ook niet als hij alleen thuis moet blijven: de Saarlooswolfhond wil erbij blijven, althans dat gevoel hebben. De Saarlooswolfhond is een perfecte kameraad als de eigenaar het opbrengt de hond altijd bij zich te dulden. Een hond voor iemand die kan en wil genieten van zijn bij de natuur staande eigenschappen - het is niet voor niets, dat Saarlooswolfhondbezitters vaak echte natuurliefhebbers zijn.

Van het tiental rassen, dat als Nederlands erkend is, zijn er negen zogenaamde landrassen, waarvan de oorsprong in een vrij mistig verleden ligt, ze wàren er gewoon. Zo niet het onderhavige ras: een gemaakt ras, waarvan vanaf het moment van zijn ontstaan nauwkeurig is boekgehouden.

Leendert Saarloos

Leendert Saarloos (1884-1969) was een bezield man, geïnteresseerd in al wat de natuur te bieden had. Jarenlang was hij werkzaam als scheepskok, zwervend over de wereldzeeën. Toen een opkomende doofheid een einde maakte aan dit zwerversbestaan, zette hij in Dordrecht een zaak in electriciteitsartikelen op, die hij ongetwijfeld tot grote bloei gebracht zou hebben ondanks de malaise van de jaren dertig, ware het niet, dat zijn grote liefhebberij -het dier- steeds meer van zijn tijd ging vergen. Zijn kennel ‘van de Kilstroom’ eiste hem volledig op -geen kennel in de gewone zin des woords, meer een menagerie, waar in zelbouwhokken voor langere of kortere tijd de meest uiteenlopende dieren gehuisvest waren. De hond boeide hem het meest. Maar Leendert Saarloos had grote bezwaren tegen de huishond: teveel van zijn natuurlijke eigenschappen verloren, teveel gedomesticeerd, teveel afwijkingen als gevolg van degeneratie.

Een vleug natuur terugbrengen in de huishond stelde hij zich tot doel. Het werd voor hem een uitdaging domesticatie en degeneratie terug te dringen en tegelijk de werkkwaliteiten van de hond te verbeteren. Leendert Saarloos koos voor zijn proefneming de Duitse herder van het oorspronkelijke, klassieke type en de wolf: een begrijpelijke keus, zij vertoonden immers qua exterieur veel overeenkomst. De Duitse herder-reu Gerard van de Fransenum en de Europese wolvin Fleur, werden de stamouders van de huidige Saarlooswolfhond. Twintig halfwolven waren het resultaat van enkele kruisingen: te terughoudende, maar niet schuwe dieren. Terugparingen op de vader leverden een basispopulalie kwartwolven op. Vanuit deze basis wilde Leendert Saarloos vooral selecterend op karakter bepaalde gewenste eigenschappen in toekomstige honden verankeren. Zijn raadpleging van de Nederlandse Genetische Vereniging getuigt van gezond verstand en een dosis zelfkennis. Van groot belang voor het ras is geweest dat de geneticus Dr. L. Hagendoorn interesse toonde voor Leenderts experiment en diens doelstelling: van toen af werd zijn werk vanuit wetenschappelijke kring gevolgd. De poging zijn Nederlandse of Europese wolfshond als ras erkend te krijgen werd in het begin van de oorlogsjaren afgewezen. Leendert Saarloos was er echter de man niet naar om zich door zo’n tegenslag van de wijs te laten brengen: hij ging door.

Inmiddels was hij begonnen met africhten, stellig overtuigd van de dienstbaarheid van zijn wolfhonden. Maar uiteindelijk werd de africhting als politiehond een flop en trainingen gericht op het redden van drenkelingen kenden af en toe slechts matige succesjes.

Dan toch een doorbraak: ondanks hun terughoudendheid en voorzichtigheid tegenover al het vreemde, en hun vluchtdrift, bleken enkele uitgezochte individuen uitstekend geschikt als blindengeleidehond. Het was een mijlpaal toen, in het begin van de jaren vijftig, de eerste geleidehond werd afgeleverd, een succes gebaseerd op strenge selectie op karakter. Zo ging Leendert Saarloos zijn weg: het karakter van zijn honden prevaleerde, hun uiterlijk interesseerde hem niet. Daartegen rees verzet onder de liefhebbers van de wolfhonden: men herinnerde zich maar al te goed het prachtige exterieur van een aantal half- en kwartwolven. Verzoeken om ook de verschijning van de hond de nodige aandacht te schenken werden genegeerd - Leendert Saarloos ging zijn eigen weg.

De reactie op deze starheid liet niet op zich wachten: op verschillende plaatsen werden pups geboren, waarbij aandacht geschonken was aan dat te lang verwaarloosde uiterlijk. Grillig als Leendert Saarloos kon zijn, injecteerde hij in 1963 nieuw wolvenbloed: een kruising tussen een Europese wolfshond en de wolvin Fleur II. Enerzijds beoogde hij hiermee de te groot geworden inteelt tegen te gaan, anderzijds wilde hij de fok van zijn ras weer strakker aan zijn kennel binden. Feitelijk was het een tegemoetkoming aan de exterieurverlangens van de liefhebbers. Toen Leendert Saarloos in 1969 stierf, was zijn erfenis een nieuw ras, de Europese wolfshond - niet een verbeterde werkhond, wel een hond met een vleug natuur. Jaren van ondeskundige fokkerij volgden en het ras kende jammer genoeg een enorme terugval.

 

Erkenning

5 juli 1975 was de dag, dat de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland de Europese wolfshond als ras erkende en uit piëteits- overwegingen aan het ras de naam van zijn schepper verbond: Saarlooswolfhond — ere wie ere toekomt.

De oprichting van de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden en haar erkenning door dezelfde Raad als de belangenbehartiger waren de volgende stappen.

Een en ander betekende de redding voor het pas erkende ras.

Want het was de rasvereniging die na een moeilijke beginfase de weg omhoog vond. In goed samenspel met een aantal fokkers werd weer gestudeerd, materiaal verzameld, en werden gebreken gefotografeerd: ordners vol.

Het resultaat van dit werkelijke zwoegen en ploeteren was een uiterst strak fokbeleid, waarin de meesten zich konden vinden.

Gezondheid, karakter en homogeniteit waren de prioriteiten die men stelde.

Een en ander betekent tot op heden een op het ras gerichte fokkerij, waarbij alleen topfitte honden ingezet worden. Nauwkeurig wordt nagegaan of er bij ouders, grootouders en nestverwanten geen erfelij-ke gebreken aan de dag getreden zijn. Binnen de vereniging is HD– en oog-onderzoek een verplichting. Pas als men er bijna zeker van is dat twee dieren zullen bijdragen tot de homogeniteit van de Saarloos-wolfhond wordt er een nestje gefokt. Dit streng gehandhaafde fokbeleid begint zijn vruchten af te werpen en is een afdoend antwoord op de zich meer commercieel instellende fokkers buiten de rasvereniging.

 

Beleid

Uniek binnen de rasvereniging is het teamwork van de fokkers, bij wie afzonderlijk geen pup te krijgen is. Een aanvraag loopt via de pupbemiddeling van de rasvereniging. Daar wordt in een persoonlijk gesprek de geschiktheid van de aspirant-koper voor het ras bekeken. Intussen is deze aspirant-koper al lid van de vereniging, want het lidmaatschap is verplicht. Tenslotte volgt in overleg met de fokker, een eventuele toewijzing. Lang wachten op een pup kan de consequentie zijn van een beleid, dat weigert voor het gewin te fokken, dat zich alleen op het ras richt. Wel is het een beleid dat een toekomstige eigenaar te zijner tijd een zo gezond mogelijke pup kan garanderen. Een beleid, dat ook selectief werkt onder de potentiële, toekomstige eigenaren: slechts de echte liefhebbers worden het wachten niet beu. Een beleid, gedragen door de leden van de vereniging: de zeer recent aangenomen statutenwijziging fixeerde onder andere de doelstelling, dat de hoogste prioriteit wordt gegeven aan gezondheid, karakter en rastypische eigenschappen.

Daar staat hij dan, de Saarlooswolfhond ..... 

Een hond om van te houden.

Een ras om bezeten van te raken.

Voor nadere inlichtingen kunt u zich wenden tot de Nederlandse Vereniging van Saarlooswolfhonden,

secretariaat: Hoogstuk 46, 6651 ER Druten

U kunt ook bellen: 0487 - 511 999

België: (+32)(0)93 - 661119

 

Voor het materiaal van dit artikel is geput uit de archieven van de vereniging.
De tekst is van H.G. Grotenhuis, onder redactie van E. Pielanen-Degenhardt.

Geen hond voor iedereen

De huidige Saarlooswolfhond, die de voor zijn grootte vaak hoge leeftijd van dertien tot vijftien jaar bereikt, is vanwege zijn aard gelukkig nimmer gedoemd tot modehond _ de grootste ramp voor elk willekeurig ras. Hij is niet geschikt voor iedereen, want deze hond vergt bijvoorbeeld veel lange wandelingen in ruig terrein. Niet geschikt om lang alleen te zijn, is de Saarlooswolfhond geen partner voor wie vaker niet dan wel thuis is. Trouwens welke hond is dat wel? Beslist geen hond voor een aankomend kynoloog. Wat clichématig voor elk ras geldt, is voor de Saarlooswolfhond nog meer van toepassing: men informere zich terdege en bespreke met bezitters - let wel: bezitters en niet fokkers— van dit ras, wat men van een eventueel toekomstige huisgenoot-in-wolvenpels zoal verwacht.

De Toekomst

Het ras is enorm gehomogeniseerd. Vele van de geliefde wolfachtige kernmerken zijn teruggefokt waarbij tevens de genetische diversiteit zorgvuldig in stand is gehouden. Toch ligt er nog werk te wachten. In sommige bloedlijnen zijn er nog vele mogelijkheden tot verbetering; de genetische mogelijkheden zijn nog lang niet uitgeput. Het ras kan nog mooier... Een uitdaging én een opdracht. Neem voor dat u de aanschaf van een Saarlooswolfhond overweegt eerst contact op met de rasvereniging om u te laten voorlichten over het ras. De geschiedenis van de Saarlooswolfhond voor de erkenning als rashond wordt uitgebreid beschreven in het boek.

Commerciële/losbandige fokkerij

Toch heeft deze unieke verenigingsstructuur niet kunnen verhinderen dat er buiten haar om, zich een commerciële fokkerij ontwikkelde. Deze fokkerij werd mede opgezet met de honden die, omwille van het niet voldoen aan de gestelde gezondheidsnormen, door de vereniging niet werden toegelaten tot de fokkerij. De rasvereniging moet tot haar spijt vaststellen dat er in deze populatie afwijkingen voorkomen die in onze populatie niet voorkomen. Blijkens de vele a-typische exemplaren in binnen- en buitenland heeft, in de loop van de jaren het inkruisen van niet-Saarlooswolfhonden buiten de vereniging een hoge vlucht genomen. Deze honden schaden de naam en faam van het ras en zijn hun vermeende afstamming onwaardig. U bent gewaarschuwd.

 


Ontwikkeld met Joomla!. Designed by: ThemZa themes ntc hosting Valid XHTML and CSS.